Zondag 3 juni 2018: Sacramentsdag

Introitus: Cibavit es

Graduale: Oculi omnium

Alleluia: Caro mea

Sequentie: Lauda Sion

Offertorium: Sanctificavit Moyses

Communio: Qui mandcuat

De bijbellezingen van vandaag volgen hierna:

1e Lezing:   Exodus 24,3-8            Dit is mijn Bloed van het Verbond

24 1 De HEER sprak tot Mozes: ‘Kom naar boven naar de HEER, samen met Aäron, met Nadab en Abihu en zeventig oudsten van Israël, en kniel op een afstand neer. 2 Alleen Mozes mag de HEER naderen, de anderen mogen niet naderbij komen; het volk mag niet eens met hem naar boven gaan.’ 3 Mozes kwam terug en stelde het volk in kennis van alle woorden en bepalingen van de HEER. Eenstemmig betuigde het volk: ‘Alle woorden die de HEER tot ons gesproken heeft, zullen wij onderhouden.’ 4 Daarop stelde Mozes alle woorden van de HEER op schrift. De volgende ochtend bouwde hij aan de voet van de berg een altaar en stelde twaalf wijstenen op, naar de twaalf stammen van Israël. 5 Toen gaf hij jonge Israëlieten de opdracht om stieren op te dragen als brand- en slachtoffers voor de HEER. 6 Mozes nam de helft van het bloed en deed dat in schalen, terwijl hij de andere helft uitgoot over het altaar. 7 Toen nam hij het Verbondsboek en las dit voor aan het volk. En zij verzekerden: ‘Alles wat de HEER zegt, zullen wij doen en ter harte nemen.’ 8 Vervolgens nam Mozes het bloed, sprenkelde dat over het volk en sprak: ‘Dit is het bloed van het verbond dat de HEER, op grond van al deze woorden, met u sluit.’ 9 Mozes besteeg de berg samen met Aäron, Nadab en Abihu en zeventig oudsten van Israël. 10 En zij aanschouwden de God van Israël. Onder zijn voeten was een soort platform van saffier, helder als het hemelgewelf. 11 Zijn hand kwam niet neer op de voorname Israëlieten: zij mochten God aanschouwen. Toen aten en dronken zij. 12 De HEER sprak tot Mozes: ‘Kom naar Mij toe op de berg en blijf daar wachten. Ik zal u de stenen platen geven, de wetten en bepalingen die Ik op schrift gesteld heb, om hen te onderrichten.’ 13 Mozes ging op weg, samen met zijn dienaar Jozua, en hij besteeg de berg van God. 14 Tegen de oudsten zei hij: ‘Blijf hier op ons wachten tot wij bij u terugkomen. Aäron en Chur blijven bij u; wie een rechtszaak heeft kan zich tot hen wenden.’ 15 Mozes besteeg de berg en de wolk overdekte de berg. 16 De heerlijkheid van de HEER rustte op de Sinai en de wolk bedekte de berg, zes dagen lang. Op de zevende dag riep Hij Mozes, vanuit de wolk. 17 De heerlijkheid van de HEER leek voor de Israëlieten op een verterend vuur, boven op de berg. 18 Mozes trad de wolk binnen en besteeg de top. Veertig dagen en veertig nachten bleef hij op de berg.

2e Lezing:   Hebreeën 9,11-15        De kracht van Christus' bloed reinigt ons

11 Maar nu is Christus gekomen, de hogepriester van de komende goede dingen. Hij is door een verhevener en volmaakter tent, die niet gemaakt is door mensenhand - dat wil zeggen: ze behoort niet tot onze geschapen wereld - 12 eens en voorgoed het heiligdom binnengegaan, en niet met het bloed van bokken en kalveren maar met zijn eigen bloed heeft Hij een eeuwige verlossing verworven. 13 Want als het bloed van bokken en stieren en het bestrooien met de as van een vaars de verontreinigden kan heiligen zodat zij uiterlijk rein worden, 14 hoeveel te meer dan het bloed van Christus. Door de eeuwige Geest heeft Hij zichzelf aan God geofferd als een smetteloos offer, dat ons geweten zuivert van dode werken, om de levende God te dienen. 15 En daarom is Hij middelaar van een nieuw verbond: zijn sterven heeft bevrijding gebracht van de zonden die onder het eerste verbond zijn bedreven; nu kunnen zij die door God geroepen zijn het eeuwig erfdeel ontvangen, dat hun is toegezegd. 16 Waar een testament is, moet de dood van de erflater worden aangetoond.

Evangelie: Marcus 14,12-16.22-26        Dit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloed

12 Op de eerste dag van het feest van de ongedesemde broden, wanneer men het paaslam slachtte, zeiden zijn leerlingen tegen Hem: ‘Waar wilt U dat wij voorbereidingen gaan treffen voor het paasmaal?’ 13 Daarop stuurde Hij twee van zijn leerlingen eropuit met de opdracht: ‘Ga naar de stad. Daar zal jullie iemand tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem, 14 en zeg waar hij binnengaat tegen de heer des huizes: ‘ ‘De meester laat vragen: Waar is de kamer waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden? “ 15 Hij zal jullie een ruime bovenzaal wijzen, die ingericht is en op orde gebracht. Maak het daar voor ons klaar.’ 16 De leerlingen gingen weg en kwamen in de stad. Ze troffen het aan zoals Hij hun gezegd had, en ze maakten het paasmaal klaar. 22 Tijdens de maaltijd nam Hij een brood, sprak de zegenbede uit, brak het brood, gaf het hun en zei: ‘Neem het, dit is mijn lichaam.’ 23 Ook nam Hij een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun die beker; ze dronken er allen uit. 24 En Hij zei hun: ‘Dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten. 25 Ik verzeker jullie, Ik zal niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot de dag waarop Ik de nieuwe oogst zal drinken in het koninkrijk van God.’ 26 Na het zingen van de psalmen gingen ze de stad uit, naar de Olijfberg.

 

TERUG