Zondag 24 juni 2018: Heilige Johannes de Doper

Introitus: De ventre matris

Graduale: Priusquam te formarem

Alleluia: Tu, puer

Offertorium: Iustus * ut palma

Communio: Tu, puer

De bijbellezingen van vandaag volgen hierna:

1e Lezing:   Jesaja 49,1-6  Jesaja, vanaf de moederschoot geroepen

49 1 Luister naar mij, eilanden, spits de oren, verre volken! Toen ik nog in de moederschoot was, heeft de HEER mij geroepen, nog voor mijn geboorte heeft Hij mijn naam genoemd.  2 Hij heeft mijn mond zo scherp als een zwaard gemaakt, en mij in de schaduw van zijn hand geborgen; Hij heeft van mij een gladgeslepen pijl gemaakt, en mij in zijn koker opgeborgen. 3 Hij sprak tot mij: ‘U bent mijn dienstknecht, Israël, door u toon Ik mijn heerlijkheid.’ 4 Toen zei ik: ‘Vergeefs heb ik mij moe gemaakt, mijn kracht heb ik vruchteloos en voor niets verbruikt’; maar de HEER zal mij recht brengen en mijn God zal mij belonen. Ik sta hoog in aanzien bij de HEER, en mijn God is mijn kracht. 5 Maar nu sprak de HEER, die mij vormde tot zijn dienstknecht, nog voor mijn geboorte, om Jakob naar Hem te laten terugkeren, want Hij wilde Israël verzameld zien. 6 Hij sprak: ‘Het is voor u te gering om mijn dienstknecht te zijn, om Jakobs stammen op te richten en om Israëls overlevenden terug te brengen; Ik stel u aan om een licht voor de volken te zijn: mijn heil moet reiken tot in de uithoeken van de aarde.’

2e Lezing:   Handelingen 13,22-26 David, Johannes de Doper, Jezus

22 Toen liet Hij hem vallen en verhief Hij David tot koning over hen; van hem getuigde Hij: ‘ ‘In David, de zoon van Isaď, heb Ik een man naar mijn hart gevonden, die geheel naar mijn wil zal handelen.” 23 Uit zijn nageslacht heeft God Israël zoals beloofd een redder gebracht, Jezus. 24 Voorafgaand aan Jezus’ optreden had Johannes eerst een doop van bekering verkondigd aan heel het volk Israël. 25 Toen Johannes zijn taak had volbracht, zei hij: ‘ ‘Wie u denkt dat ik ben, ben ik niet; maar, let op, na mij komt iemand wiens schoenen ik niet waard ben los te maken.” 26 Broeders, afstammelingen van Abraham en ook u, godvrezenden, wij hebben de taak gekregen deze redding te verkondigen.

Evangelie: Lucas 1,57-66+80 Geboorte van Johannes de Doper

57 Voor Elisabet was de tijd gekomen dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon. 58 Haar buren en haar familie hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze deelden in haar vreugde. 59 Een week later kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden hem de naam van zijn vader Zacharias geven. 60 ‘Nee,’ zei zijn moeder, ‘hij moet Johannes genoemd worden.’ 61 Ze zeiden tegen haar: ‘Die naam komt in de familie toch niet voor.’ 62 Ze wenkten zijn vader, en vroegen hoe hij hem wilde noemen. 63 Hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef daarop: ‘Zijn naam is Johannes.’ En iedereen was verbaasd. 64 Maar op hetzelfde moment kon hij zijn mond en zijn tong weer bewegen, en hij prees God. 65 De hele buurt werd door ontzag bevangen, en in heel het bergland van Judea werd dit alles druk besproken. 66 Het hield allen die ervan hoorden bezig, en men vroeg zich af: ‘Wat zal er wel niet worden van dit kind?’ Want onmiskenbaar rustte de hand van de Heer op hem.

80 De jongen groeide op en werd steeds sterker door de Geest; hij verbleef in eenzame streken tot de dag waarop hij zich aan Israël vertoonde.

TERUG

This Site Tracked by LadotStats.nl