Zondag 6 mei 2018: 6e Zondag van Pasen B-jaar

Introitus: Vocem iucunditatis

Alleluia:Exivi a patre

Alleluia: Ego vos elegi

Offertorium: Benedicite gentes

Communio: Ego * vos elegi

De bijbellezingen van vandaag volgen hierna:

1e Lezing:   Handelingen 10,25-26.34-35.44-48            Zij ontvingen de Heilige Geest

24 Daags daarna kwam hij in Caesarea aan. Cornelius verwachtte hen al en had zijn familieleden en zijn beste vrienden bijeengeroepen. 25 Toen Petrus aankwam, liep Cornelius hem tegemoet en viel hem te voet om hem te aanbidden. 26 Maar Petrus richtte hem op en zei: ‘Sta op, ik ben ook maar een mens.’ 27 Terwijl hij met hem sprak, ging hij naar binnen en vond daar veel mensen bijeen. 28 Hij zei tegen hen: ‘U weet dat het een Jood verboden is, om te gaan met iemand uit een ander volk of bij hem in huis te komen. Maar mij heeft God laten zien dat men geen mens ter wereld onrein of niet zuiver mag noemen. 29 Daarom ben ik ook zonder tegenspreken gekomen toen ik gehaald werd. Maar ik zou wel willen weten waarom u mij hebt laten roepen.’ 30 Daarop zei Cornelius: ‘Vier dagen geleden op dezelfde tijd, het negende uur, was ik thuis aan het bidden toen er plotseling een man voor me stond in schitterende kleding. 31 Hij zei: ‘ ‘Cornelius, uw gebed is verhoord en uw liefdadigheid is in Gods gedachten. 32 Stuur iemand naar Joppe om Simon, ook Petrus genoemd, te gaan roepen; hij verblijft als gast in het huis van Simon de leerlooier, bij de zee.” 33 Dus stuurde ik onmiddellijk enkele mensen naar u toe; u hebt er goed aan gedaan te komen. Wij allen zijn hier voor het aanschijn van God bijeen om alles te horen wat u door de Heer is opgedragen.’ 34 Petrus opende zijn mond en zei: ‘Nu weet ik zeker dat God geen aanzien des persoons kent, 35 maar dat iedereen, ongeacht het volk waartoe hij behoort, Hem welgevallig is als hij godvrezend is en gerechtigheid doet. 36 U kent het woord dat Hij de Israëlieten heeft gezonden, de goede boodschap van vrede door Jezus Christus - deze is de Heer over allen. 37 U weet wat er gebeurd is in heel het Joodse land, het eerst in Galilea, na de doop die Johannes verkondigde: 38 dat God Jezus uit Nazaret zalfde met heilige Geest en kracht; Hij trok weldoende rond en genas allen die in de macht waren van de duivel, want God was met Hem. 39 En wij zijn de getuigen van alles wat Hij gedaan heeft in het land van de Joden en in Jeruzalem. Zij hebben Hem gedood door Hem aan een kruis te slaan. 40 Maar God heeft Hem opgewekt op de derde dag en Hem laten verschijnen, 41 niet aan heel het volk, maar aan de getuigen die tevoren door God waren aangewezen, aan ons, die met Hem gegeten en gedronken hebben na zijn opstanding uit de doden. 42 Hij gebood ons tot het volk te prediken en te getuigen dat Hij het is die door God is aangesteld tot rechter van levenden en doden. 43 Van Hem getuigen alle profeten dat ieder die in Hem gelooft, door zijn naam vergeving van zonden verkrijgt.’44 Petrus was nog aan het woord toen de heilige Geest neerdaalde op allen die naar zijn toespraak luisterden. 45 De besneden gelovigen die met Petrus meegekomen waren, stonden versteld, omdat de gave van de heilige Geest ook over de heidenen was uitgegoten; 46 want zij hoorden hen in talen spreken en God verheerlijken. Daarop zei Petrus: 47 ‘Niemand kan toch het doopwater weigeren aan deze mensen, die evenals wij de heilige Geest ontvangen hebben?’ 48 Hij gaf opdracht hen te dopen in de naam van Jezus Christus. Daarna vroegen zij hem enkele dagen te blijven.

2e Lezing:   1 Johannes 4,7-10                         God is liefde

7 Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt van God. Iedereen die liefheeft is uit God geboren, en kent God. 8 De mens zonder liefde kent God niet, want God is liefde. 9 En de liefde die God is, is onder ons verschenen doordat Hij zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft, om ons door Hem het leven te brengen. 10 Hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad, en Hij heeft zijn Zoon gezonden om onze zonden uit te wissen.

Evangelie: Johannes 15,9-17                                Heb elkaar lief, zoals Ik u heb liefgehad

9 Met de liefde die de Vader Mij heeft toegedragen, heb Ik jullie liefgehad. Blijf in die liefde met Mij verbonden. 10 Als je mijn opdracht ter harte neemt, zul je in liefde met Mij verbonden blijven, zoals ook Ik de opdracht van mijn Vader ter harte heb genomen en met Hem in liefde verbonden blijf. 11 Dit alles heb Ik jullie gezegd om jullie deelgenoot te maken van mijn eigen vreugde, en zo jullie vreugde volkomen te maken. 12 Dit is mijn opdracht: dat jullie elkaar liefhebben met de liefde die Ik jullie heb toegedragen. 13 De grootste liefde die iemand zijn vrienden kan betonen, bestaat hierin dat hij zijn leven voor hen geeft. 14 Mijn vrienden zijn jullie, maar dan moeten jullie ook doen wat Ik jullie opdraag. 15 Voor Mij zijn jullie geen dienstknechten meer: een knecht heeft geen begrip van wat zijn meester doet. Vrienden noem Ik jullie, omdat Ik alles wat Ik van de Vader heb vernomen, aan jullie heb meegedeeld. 16 Niet jullie hebben Mij uitgekozen; nee, Ik heb jullie uitgekozen en Ik heb jullie de taak gegeven eropuit te gaan en vrucht te dragen, vruchten die blijvend zijn. Wat je de Vader ook vraagt in mijn naam, Hij zal het je geven. 17 Dit draag Ik jullie op: dat je elkaar liefhebt.

TERUG