Zondag 28 januari 2018: Vierde Zondag door het B-Jaar

Introitus: Laetetur cor

Graduale: Quis sicut Dominus

Alleluia: Adorabo ad templum

Offertorium: Bonum est * confiteri

Communio: Illumina * faciem

De bijbellezingen van vandaag volgen hierna:

1e Lezing: Deuteronomium 18,15-20         Ik zal uit uw broeders een profeet doen opstaan

13 U moet de HEER uw God onvoorwaardelijk trouw zijn. 14 De volken die u verdrijft mogen naar geestenbezweerders en waarzeggers geluisterd hebben, u staat de HEER dat niet toe. 15 Uit uw eigen broeders zal de HEER uw God een profeet laten opstaan zoals ik, naar wie u moet luisteren. 16 U hebt dat immers bij de Horeb, op de dag van samenkomst, aan de HEER uw God gevraagd. Toen hebt u gezegd: ‘ ‘Laat mij de stem van de HEER mijn God niet meer horen, en dat grote vuur niet meer zien, anders sterf ik.” 17 De HEER heeft mij toen gezegd: ‘ ‘Zij hebben gelijk. 18 Ik zal uit hun eigen broeders een profeet laten opstaan zoals u. Ik zal hem mijn woorden in de mond leggen en hij zal hun alles zeggen wat Ik hem opdraag. 19 En van degene die geen gehoor geeft aan de woorden die hij in mijn naam spreekt, zal Ik rekenschap vragen. 20 Is er een profeet die zegt in mijn naam te spreken zonder dat Ik hem opdracht heb gegeven, of die spreekt in de naam van andere goden, dan moet hij sterven, die profeet.” 21 Misschien denkt u bij uzelf: ‘ ‘Hoe kunnen wij weten dat een woord niet van de HEER afkomstig is?” 22 Wel, als een profeet beweert in de naam van de HEER te spreken, maar wat hij gezegd heeft gebeurt niet en komt niet uit, dan is dat woord geen woord van de HEER, maar van die onbeschaamde profeet. Voor zo iemand moet u geen ontzag hebben.

 2e Lezing:   1 Korintiërs 7,32-35           Onverdeelde toewijding aan de Heer

32 Ik zou willen dat u zonder zorgen was. Wie niet getrouwd is, heeft zorg voor de zaak van de Heer en wil de Heer behagen. 33 Maar de getrouwde heeft zorg voor aardse zaken en wil zijn vrouw behagen; 34 zijn aandacht is verdeeld. Een ongetrouwde vrouw en een ongetrouwd meisje dragen zorg voor de zaak van de Heer; zij willen heilig zijn naar lichaam en geest. De getrouwde vrouw wijdt haar zorgen aan aardse dingen en wil haar man behagen. 35 Dit alles zeg ik voor uw eigen bestwil, niet om uw vrijheid aan banden te leggen; het gaat mij alleen om de eerbaarheid en een onverdeelde toewijding aan de Heer.

Evangelie: Marcus 1,21-28                     Hij leerde met gezag

21 Ze trokken naar Kafarnaüm. De eerste de beste sabbat ging Hij naar de synagoge en gaf er onderricht. 22 Ze waren geestdriftig over zijn leer, want Hij onderrichtte hen als iemand met gezag, en niet als de schriftgeleerden. 23 En meteen begon er in hun synagoge iemand die in de greep was van een onreine geest, luid te krijsen: 24 ‘Wat wilt U van ons, Jezus van Nazaret? Bent U gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie U bent: de Heilige van God!’ 25 Jezus strafte hem af: ‘Houd uw mond en ga uit hem weg.’ 26 En de onreine geest schudde hem door elkaar en onder enorm geschreeuw ging hij uit hem weg. 27 Ontzetting greep allen aan, zodat ze zich samen afvroegen: ‘Wat is dat toch? Een nieuwe leer, met gezag! Zelfs de onreine geesten geeft Hij bevelen, en ze luisteren naar Hem.’ 28 Als een lopend vuurtje ging zijn faam rond in heel Galilea.

TERUG