4e Zondag van de Advent in het B-jaar 24 december 2017 

Introitus: Rorate * caeli

Graduale: Prope est Dominus

Alleluia: Veni, Domine

Offertorium: Ave * Maria

Communio:  Ecce virgo

De bijbellezingen van vandaag volgen hierna:

1e Lezing: 2 Samuel 7,1-5.8b-11.16                                 Davids troon blijft bestaan

7 1 Toen koning David zijn intrek had genomen in zijn paleis, en de HEER gezorgd had dat al zijn vijanden, in heel de omtrek, hem met rust lieten, 2 zei hij tegen de profeet Natan: ‘Nu moet u eens zien! Ik woon in een paleis van cederhout en de ark van God staat onder tentdoek!’ 3 Natan zei tegen de koning: ‘Doe gerust wat u van plan bent; de HEER staat u bij.’ 4 Diezelfde nacht nog werd het woord van de HEER gericht tot Natan: 5 ‘Zeg tegen mijn dienaar David: ‘ ‘Zo spreekt de HEER: U wilt voor Mij een huis bouwen en Mij daarin laten wonen?

8 Zeg daarom tegen mijn dienaar David: ‘ ‘Zo spreekt de HEER van de machten: Ik heb u uit de steppe gehaald, achter de schapen vandaan, om vorst te zijn over mijn volk Israël. 9 Op al uw tochten heb Ik u bijgestaan, al uw vijanden heb Ik vernietigd, uw naam heb Ik groot gemaakt als die van de groten van de aarde. 10 Ik heb mijn volk Israël een gebied gegeven en het daar geplant om er te wonen, zonder nog opgeschrikt of onderdrukt te worden door boosdoeners, zoals vroeger, 11 in de tijd dat Ik over mijn volk Israël rechters had aangesteld. Ik heb gezorgd dat al uw vijanden u met rust laten. De HEER kondigt u aan dat de HEER een huis voor u zal oprichten. 16 Zo zullen uw huis en uw koninklijke macht blijven bestaan voor altijd; uw troon staat voor eeuwig vast.” 

2e Lezing: Romeinen 16,25-27                                             Gods heil is voor alle volkeren

25 Aan Hem die de macht heeft u sterk te maken - volgens het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, volgens de openbaring van het geheim dat eeuwenlang verzwegen bleef 26 maar nu is onthuld, en dat aan de hand van profetische geschriften krachtens de opdracht van de eeuwige God is meegedeeld aan alle heidenvolken, om hen te brengen tot gehoorzaamheid aan het geloof - 27 aan Hem, de enige, alwijze God, zij de heerlijkheid, door Jezus Christus tot in alle eeuwigheid! Amen. 

Evangelie: Lucas 1,26-38                      Aan zijn koningschap zal nooit een einde komen

26 In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret, 27 naar een maagd die verloofd was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria. 28 De engel trad bij haar binnen en zei: ‘Verheug u, begenadigde, de Heer is met u.’ 29 Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had. 30 Maar de engel zei: ‘Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. 31 U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. 32 Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. 33 Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ 34 ‘Maar hoe moet dat dan?’ zei Maria tegen de engel. ‘Ik heb geen omgang met een man.’ 35 De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. 36 Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. 37 Want voor God is niets onmogelijk.’ 38 Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel van haar weg.

 

TERUG