Zondag 22 januari 2012: Derde Zondag door het B-Jaar
Introitus: Dominus * secus mare
Graduale: Timebunt gentes
Alleluia: Dominus regnavit
Offertorium: Dextera Domini
Communio: Venite post me
De bijbellezingen van vandaag volgen hierna:
1e Lezing: Jona 3,1-5.10 De Ninivieten geloofden in God en bekeerden zich
3 1 Nu werd het woord van de HEER voor de tweede maal tot Jona gericht: 2 ‘Sta op, ga naar Nineve, de grote stad, en kondig haar aan wat Ik u te zeggen heb gegeven.’ 3 En Jona stond op en ging naar Nineve, zoals de HEER bevolen had. Nineve was een geweldig grote stad; drie dagen had men nodig om er doorheen te trekken. 4 Jona ging de stad in, één dagreis ver. Toen riep hij: ‘Veertig dagen nog, en Nineve wordt met de grond gelijk gemaakt!’ 5 Maar de Ninevieten zochten hun steun bij God; zij riepen een vasten uit en iedereen, van groot tot klein, trok boetekleren aan. 6 Het woord van Jona kwam ook de koning van Nineve ter ore; hij stond op van zijn troon, legde zijn staatsiegewaad af, trok een boetekleed aan en ging in het stof zitten. 7 Hij liet in Nineve omroepen: ‘Op last van de koning en van zijn rijksgroten! Mensen en dieren, grootvee en kleinvee mogen niets eten, zij mogen niet grazen en geen water drinken. 8 Mensen en dieren moeten zich in boetekleren hullen en uit alle macht tot God roepen; iedereen moet terugkomen van zijn slechte wegen en van het geweld dat aan zijn handen kleeft. 9 Wie weet of God dan niet terugkomt op zijn besluit en er spijt van krijgt; wie weet of Hij niet terugkomt op zijn vlammende woede, zodat wij niet te gronde gaan.’ 10 En God zag wat zij deden; Hij zag dat zij terugkwamen van hun slechte wegen. En God kreeg spijt dat Hij hen met dat onheil bedreigd had. Hij bracht het niet ten uitvoer.
2e Lezing: 1e Brief a.d. Christenen van Korinte 7.29-31 De wereld die wij zien gaat voorbij
25 Voor de ongehuwden heb ik geen gebod van de Heer, maar ik geef mijn mening, die door de ontferming van de Heer betrouwbaar is. 26 Ik houd dit voor het beste. In onze zware tijden is het voor een mens het beste zo te leven: 27 bent u aan een vrouw gebonden, zoek dan geen scheiding; bent u niet aan een vrouw gebonden, zoek dan geen vrouw. 28 Maar als u wel trouwt, zondigt u niet, en ook het meisje dat trouwt, doet geen zonde. Alleen halen zulke mensen zich beslommeringen op de hals, en dat zou ik u willen besparen. 29 Ik bedoel dit, broeders en zusters: de tijd is kort. Laten daarom zij die een vrouw hebben, doen alsof zij er geen hadden; 30 zij die huilen, alsof zij niet huilden; zij die zich verheugen, alsof zij niet verheugd waren; zij die kopen, alsof zij geen eigenaar werden. 31 Zij die met het aardse omgaan, moeten er niet in opgaan, want de wereld die wij zien gaat voorbij.
Evangelie: Marcus 1,14-20 De tijd is vervuld, het Rijk Gods is nabij
9 In die dagen kwam Jezus uit Nazaret in Galilea en Hij liet zich in de Jordaan dopen door Johannes. 10 Meteen toen Hij uit het water kwam, zag Hij de hemel openbreken en de Geest als een duif op zich neerkomen. 11 En er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind.’ 12 De Geest dreef Hem weg, recht de woestijn in. 13 Hij bleef in de woestijn, veertig dagen, op de proef gesteld door de satan. Hij was in gezelschap van de wilde dieren, en de engelen stonden Hem ten dienste. 14 Maar nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea de goede boodschap van God verkondigen 15 en zei: ‘De tijd is rijp en het koninkrijk van God is ophanden. Bekeer u! Heb geloof in de goede boodschap.’ 16 Toen Hij eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij Simon en Simons broer Andreas op het meer hun netten uitgooien; want het waren vissers. 17 Jezus sprak hen aan: ‘Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken. 18 En meteen lieten ze de netten achter en volgden Hem. 19 Een eindje verder zag Hij Jakobus van Zebedeüs en zijn broer Johannes; ze waren in hun boot de netten aan het klaren. 20 Meteen riep Hij hen; en ze lieten hun vader Zebedeüs met zijn arbeiders in de boot achter en gingen achter Hem aan.