Zondag 29 oktober 2017: 30e Zondag door het Jaar A

Introitus: Laetetur cor * quaerentium

Graduale: Unam petii

Alleluia: Lauda, Ierusalem

Offertorium: Domine, * vivifica me

Communio: Laetabimur

De bijbellezingen van vandaag (Willibrordvertaling) volgen hierna:

1e Lezing: Exodus 22,20-26                                                           Weest goed voor de zwakken 

20 U mag een vreemdeling niet slecht behandelen en hem het leven niet moeilijk maken, want u hebt zelf als vreemdeling in Egypte gewoond. 21 Weduwen en wezen moet u geen onrecht aandoen. 22 Als u hun tekort doet en hun klagen tot Mij opstijgt, dan zal Ik gehoor geven aan hun klagen. 23 Mijn toorn zal losbarsten en met het zwaard zal Ik u doden: uw vrouwen worden weduwen, uw kinderen wezen. 24 Als u aan iemand van mijn volk geld leent, aan een noodlijdende in uw omgeving, gedraag u dan niet als een geldschieter. U mag geen rente van hem eisen. 25 Als u iemands mantel in pand neemt, dan moet u die voor zonsondergang aan hem teruggeven. 26 Hij heeft niets anders om zich mee toe te dekken, het is de beschutting van zijn blote lichaam, hij moet erin slapen. Roept hij Mij om hulp, dan zal Ik hem verhoren, want Ik ben vol medelijden. 

2e Lezing: 1e Brief aan de Tessalonicenzen 1, 5c-10  De voorbeeldige christenen van Tessalonica

VAN Paulus, Silvanus en Timoteüs aan de gemeente van de Tessalonicenzen, die is in God de Vader en de Heer Jezus Christus. Genade voor u en vrede! 2 Wij zeggen God dank voor u allen, telkens wanneer wij u gedenken in onze gebeden. 3 Onophoudelijk gedenken wij ten overstaan van onze God en Vader uw krachtdadig geloof, uw onvermoeibare liefde en uw standvastige hoop op onze Heer Jezus Christus. 4 Wij zijn ervan overtuigd, broeders en zusters, dat God u liefheeft en dat u door Hem bent uitgekozen. 5 Want wij hebben u het evangelie verkondigd, niet alleen met woorden, maar ook met kracht en heilige Geest en volle overtuiging. U weet trouwens zelf wel hoe wij ons voor u hebben ingezet toen we bij u waren. 6 En u bent navolgers geworden van ons en van de Heer, toen u het woord hebt aangenomen onder allerlei beproevingen en toch met vreugde van de heilige Geest. 7 Zo bent u een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en in Achaje. 8 Want van u uit heeft het woord van de Heer zich verbreid, en niet enkel in Macedonië en Achaje, maar overal is uw geloof in God bekend geworden. Wij hoeven daar niets over te zeggen. 9 Want zij vertellen zelf hoe ons optreden bij u is geweest en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd, om de levende en waarachtige God te dienen, 10 en om uit de hemel zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de dood heeft opgewekt: Jezus, die ons redt van de komende toorn. 

Evangelie: Matteüs 22,34-40            Het voornaamste en eerste gebod 

23 Op die dag kwamen er sadduceeën naar Hem toe, die ontkennen dat er een opstanding is. Ze legden Hem de volgende vraag voor: 24 ‘Meester, Mozes heeft gezegd: Als iemand sterft zonder kinderen, zal zijn broer zijn vrouw trouwen en voor zijn broer nakomelingen verwekken. 25 Nu waren er bij ons zeven broers. De eerste trouwde en stierf, en omdat hij geen nakomelingen had, liet hij zijn vrouw na aan zijn broer. 26 Zo ging het ook met de tweede, en met de derde, tot de zevende toe. 27 Het laatst van allen stierf de vrouw. 28 Van wie van de zeven zal ze bij de opstanding de vrouw zijn? Want allemaal hebben ze haar als vrouw gehad.’ 29 Jezus gaf hun ten antwoord: ‘U zit op een dwaalspoor, omdat u de Schriften niet kent en evenmin de macht van God. 30 Want bij de opstanding huwt men niet en wordt men niet uitgehuwelijkt, maar is men als engelen in de hemel. 31 En wat de opstanding van de doden betreft, hebt u niet het woord gelezen dat door God tot u gesproken is: 32 Ik ben de God van Abraham en de God van Isaak en de God van Jakob? Hij is geen God van doden, maar van levenden.’ 33 Toen de menigte dat hoorde, waren ze geestdriftig over zijn onderricht.

34 Toen de farizeeën hoorden dat Hij de sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar 35 en een van hen, een wetgeleerde, vroeg om Hem op de proef te stellen: 36 ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ 37 Jezus zei hem: ‘U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dat is het grootste en eerste gebod. 39 Het tweede is daaraan gelijk: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. 40 Aan deze twee geboden hangen heel de Wet en de Profeten.’

TERUG