Zondag 8 oktober 2017: 27e Zondag door het Jaar A

Introitus: In voluntate tua

Graduale: Domine, * refugium

Alleluia: In exitu Israel

Offertorium: Vir erat

Communio: In salutari tuo

De bijbellezingen van vandaag (Willibrordvertaling) volgen hierna:

1e Lezing: Jesaia 5, 1-7                                      Het lied van de vriend en zijn wijngaard

5 1 Ik wil zingen voor mijn dierbare vriend, het lied van mijn dierbare vriend en zijn wijngaard.  Mijn vriend had een wijngaard op een vruchtbare helling. 2 Hij spitte hem om, verwijderde de stenen en beplantte hem met edelwingerd. Hij bouwde er een wachttoren en kapte ook een wijnpers uit. Nu verwachtte hij dat hij druiven zou dragen, maar hij bracht slechts wilde bessen voort.3 Welnu, bewoners van Jeruzalem, mensen van Juda, doe uitspraak tussen Mij en mijn wijngaard.  4 Wat kon Ik nog voor mijn wijngaard doen dat Ik niet heb gedaan? Waarom bracht hij slechts wilde bessen voort, terwijl Ik verwachtte dat hij druiven zou dragen?  5 Welnu, Ik zal u vertellen wat Ik met mijn wijngaard ga doen.  Zijn omheining haal Ik weg, zodat hij kaal wordt gevreten; zijn muren verniel Ik, zodat hij wordt vertrapt. 6 Een wildernis maak Ik ervan, hij wordt niet gesnoeid en niet gewied, distels en doorns groeien er hoog, en de wolken verbied Ik om hem met regen te besproeien.7 De wijngaard van de HEER van de machten is het huis van Israël, zijn bevoorrechte planten zijn de mensen van Juda.  Hij hoopte op recht, maar Hij zag onrecht, Hij zag geen betrachting, maar verkrachting van recht. 

2e  Lezing: Brief aan de Filippenzen 4,6-9         Houdt uw aandacht gevestigd op het goede

4 1 Daarom, mijn geliefde broeders en zusters, naar wie ik zo verlang, mijn vreugde en mijn kroon, houd aldus stand in de Heer, mijn geliefden. 2 Euodia en Syntyche verzoek ik beiden: wees eensgezind in de Heer. 3 Ja ook u, mijn trouwe kameraad, vraag ik: wees deze vrouwen behulpzaam, die mij hebben bijgestaan in de strijd. Want zij hebben samen met mij gestreden voor het evangelie, samen met Clemens en mijn overige medewerkers, van wie de namen in het boek des levens staan. 4 Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u! 5 Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer is nabij. 6 Wees niet bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden door te bidden en te smeken en door een dankgebed te zeggen. 7 En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus. 8 Tenslotte, broeders en zusters, blijf aandacht besteden aan al wat waar en edel is, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, aan al wat deugd heet en lof verdient. 9 En breng in praktijk wat u geleerd en overgeleverd is, en wat u van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn. 

Evangelie: Matteüs 21,33-43                                 De misdadige wijnbouwers

 33 Luister naar een andere gelijkenis. Er was eens een landeigenaar die een wijngaard aanlegde. Hij zette hem met een omheining af, groef er een perskuil in en bouwde er een wachttoren. Hij verpachtte hem aan wijnbouwers en vertrok naar het buitenland. 34 Maar toen de tijd van de vruchten gekomen was, stuurde hij zijn slaven naar de wijnbouwers om de vruchten in ontvangst te nemen. 35 De wijnbouwers grepen zijn slaven vast; de een gaven ze een pak slaag, een ander doodden ze, een derde stenigden ze. 36 Hij stuurde toen andere slaven, meer dan de eerste keer, en ze deden met hen hetzelfde. 37 Later stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: mijn zoon zullen ze ontzien. 38 Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze tegen elkaar: ‘ ‘Dat is de erfgenaam. Kom, laten we hem doden en zijn erfdeel in bezit nemen.” 39 Ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem. 40 Welnu, wanneer de eigenaar van de wijngaard komt, wat zal hij dan met die wijnbouwers doen?’ 41 Ze gaven Hem ten antwoord: ‘Hij zal die ellendelingen een ellendige dood bezorgen, en de wijngaard zal hij aan andere wijnbouwers geven, die vruchten aan hem afdragen wanneer het er de tijd voor is.’ 42 Jezus zei tegen hen: ‘Hebt u nooit in de Schriften gelezen: De steen die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is de hoeksteen geworden. De Heer heeft dit gedaan; het is een wonder in onze ogen? 43 Daarom zeg Ik u: Het koninkrijk van God zal u ontnomen worden en gegeven worden aan een volk dat de vruchten van het koninkrijk voortbrengt. 44 Wie over deze steen valt, valt te pletter, en als hij op je valt, word je vermorzeld.’

 

 

TERUG