Zondag 27 augustus 2017: 21e Zondag door het A-Jaar

Introitus: Inclina, * Domine

Graduale: Bonum est confiteri

Alleluia: Tu es Petrus

Offertorium: Expectans * expectavi

Communio: De fructu * operum

De bijbellezingen van vandaag volgen hierna:

1e Lezing: Jesaia 22,19-23                    De sleutels van Davids huis zal Hij dragen

15 Zo spreekt de Heer, de GOD van de machten: ‘Ga binnen bij die hofmaarschalk, bij Sebna, die het paleis bestuurt, 16 die daarboven een graf uithouwt, een rustplaats in de rots laat kappen.

Zeg hem: ‘ ‘Wàt hebt u hier en wie hebt u hier, dat u hier een graf uithouwt? 17 Met kracht slingert de HEER u weg, man.  Stevig grijpt Hij u beet, 18 windt u tot een kluwen, en als een bal werpt Hij u weg, naar een uitgestrekte vlakte.  Dáár zult u sterven, daar komen uw praalwagens terecht, schande van het huis van uw meester.19 Ik verdrijf u uit uw ambt, Ik vaag u weg van uw plaats. 20 Op die dag ontbied Ik mijn dienaar Eljakim, de zoon van Chilkia. 21 Ik doe hem uw ambtsgewaad aan, Ik doe hem uw gordel om, Ik bekleed hem met uw macht. Hij zal een vader zijn voor de bewoners van Jeruzalem en voor het huis van Juda. 22 De sleutel van Davids huis leg Ik op zijn schouders. Wat hij opent, kan niemand sluiten; wat hij sluit, kan niemand openen. 23 Ik zet hem vast, een pin in een stevig stuk muur. Hij wordt een luisterrijke zetel voor het huis van zijn vader.” 24 Aan hem hangen zij heel het gewicht van zijn familie, de twijgen en het lover, al het kleine gerei, van de schalen tot de kruiken. 25 Op die dag - godsspraak van de HEER van de machten - raakt de pin los die vastzat in dat stevige stuk muur. Zij breekt af en valt naar beneden, en de hele last die eraan hangt, wordt verbrijzeld. Waarachtig, de HEER heeft gesproken.’

2e Lezing: Romeinen 11,33-36               Hoe ondoorgrondelijk zijn Gods beslissingen

33 O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen! 34 Wie kent de gedachte van de Heer? Wie is zijn raadsman geweest? 35 Wie kan vergoeding eisen voor wat hij God heeft gegeven? 36 Want uit Hem en door Hem en voor Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.

Evangelie: Matteus  16,13-20                Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God

13 Jezus kwam in de streek van Caesarea van Filippus en vroeg zijn leerlingen: ‘Wie is de Mensenzoon volgens de mensen?’ 14 Ze zeiden: ‘Volgens sommigen Johannes de Doper, volgens anderen Elia, volgens weer anderen Jeremia of een van de profeten.’ 15 Hij zei hun: ‘En jullie, wie ben Ik volgens jullie?’ 16 Simon Petrus antwoordde hem: ‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God.’ 17 Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Gelukkig ben jij, Simon Barjona; niet vlees en bloed hebben jou dat onthuld, maar mijn Vader in de hemel. 18 Ik zeg jou: jij bent Petrus; op die steenrots zal Ik mijn kerk bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar er niet onder krijgen. 19 Ik zal je de sleutels geven van het koninkrijk der hemelen, en wat je op aarde bindt zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.’ 20 Toen verbood Hij de leerlingen om iemand te zeggen dat Hij de Messias was.

TERUG