1e Zondag van de Advent in het B-jaar, 3 december 1017

Introitus: Ad te levavi

Graduale: Universi

Alleluia: Ostende nobis

Offertorium: Ad te, Domine

Communio: Dominus dabit

De bijbellezingen van vandaag volgen hierna:

1e  Lezing: Jesaia 63,16b-17.19b; 64,2b-7                      Scheur de hemel open en daal af

15 Zie vanuit de hemel naar omlaag, kijk vanuit uw heilige en heerlijke woning.  Waar blijven uw ijver en uw kracht? Waarom onderdrukt U uw mededogen en erbarmen? 16 U bent toch onze vader. Abraham kent ons niet meer, en IsraŽl wil niets meer van ons weten.  U, HEER, onze vader, van oudsher heet U onze verlosser.  17 Waarom, HEER, liet U ons van uw wegen afdwalen, waarom liet U ons hart verstenen, zodat het U niet meer vreest?  Keer terug, omwille van uw dienstknechten, de stammen die uw eigendom zijn.  18 Hoe kort had uw heilig volk het land in bezit; en nu vertrappen onze vijanden uw heiligdom! 19 Wij zijn zo geworden, alsof U nooit over ons geregeerd hebt, alsof uw naam nooit over ons uitgeroepen is. 

U daalde af en de bergen vloeiden weg. 3 Niemand heeft ervan gehoord.  Geen oor heeft het vernomen, en geen oog heeft een god buiten U gezien, die zo optreedt voor de mensen die op Hem vertrouwen.  4 U ontmoet mensen die recht doen, en uw wegen gedenken. U bent kwaad, want wij zondigden. U bent kwaad op ons omdat we zondigden, toch worden wij gered.  5 Wij hebben ons allemaal verontreinigd, heel onze gerechtigheid werd als bevlekte kleren; wij zijn allen als verwelkte bladeren de wind van onze zonden blaast ons weg.  6 Niemand is er die uw naam nog aanroept, niemand heeft de moed om op U te steunen; want U hebt uw gelaat voor ons verborgen, en ons prijsgegeven aan onze schuld.  7 En toch, HEER, bent U onze vader.  Wij zijn de leem, U bent de boetseerder, wij zijn allen het werk van uw hand. 

2e Lezing: 1 KorintiŽrs 1,3-9                                        Vol verwachting zien wij uit naar de komst van onze Heer

VAN Paulus, door de wil van God geroepen tot apostel van Christus Jezus, en van onze broeder Sostenes 2 aan de gemeente van God te Korinte, aan hen die, geheiligd in Christus Jezus, tot een heilig leven zijn bestemd, samen met allen die allerwegen de naam aanroepen van Jezus Christus, hun Heer en de onze. 3 Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus! 4 Steeds weer zeg ik mijn God dank voor zijn genade, die u in Christus Jezus is gegeven. 5 Want in Christus bent u in ieder opzicht rijk begiftigd met alle gaven van woord en kennis, 6 naarmate het getuigenis over Hem bij u ingang vond. 7 Geen enkele genadegave ontbreekt u, en u ziet vol verwachting uit naar de openbaring van onze Heer Jezus Christus. 8 Hij zal u laten standhouden tot het einde, zodat u geen verwijt kan treffen op de dag van onze Heer Jezus Christus. 9 Getrouw is de God die u geroepen heeft tot gemeenschap met zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus.   

Evangelie: Marcus 13,33-37                                           Waak voor de komst van de Heer

33 Kijk uit, wees waakzaam. Want je weet niet wanneer het moment daar is. 34 Het is als met iemand die naar het buitenland is, zijn huis heeft achtergelaten en het beheer heeft overgedragen aan zijn knechten, ieder zijn eigen taak, en aan de poortwachter heeft opgedragen om waakzaam te zijn. 35 Wees dus waakzaam, want je weet niet wanneer de heer des huizes komt, Ďs avonds laat of midden in de nacht of bij het kraaien van de haan of bij het eerste ochtendlicht, 36 zodat hij niet onverwacht komt en jullie in slaap vindt. 37 Wat Ik jullie zeg, zeg Ik tegen iedereen: wees waakzaam.í

TERUG