Zondag 29 juli 2018 : 17e Zondag door het B-jaar

Introitus: Deus * in loco

Graduale: Oculi omnium

Alleluia: Exsultate Deo

Offertorium: Exaltabo te

Communio: Honora Dominum

De bijbellezingen van vandaag volgen hierna:

1e Lezing:   2 Kon. 4, 42 - 44            Het broodwonder van Elisa

42 Op een dag kwam er iemand uit Baäl-Salisa. In zijn tas bracht hij voor de man van God van de eerstelingen van de oogst twintig gerstebroden en wat vers koren mee. Elisa zei: ‘Geef de mannen maar te eten.’ 43 Zijn dienaar antwoordde: ‘Hoe kan ik dat nu voorzetten aan honderd man?’ Maar hij herhaalde: ‘Geef het de mannen te eten. Want zo spreekt de HEER: ‘ ‘Zij zullen eten en overhouden.” ‘ 44 Nu zette hij het de mannen voor. Zij aten en hielden nog over, zoals de HEER gezegd had.

2e Lezing:   Ef. 4, 1 - 6                        Geroepen tot eenheid

4 1 Ik, de gevangene in de Heer, vraag u dus met aandrang om een leven te leiden dat beantwoordt aan de roeping die u van God ontvangen hebt, 2 en altijd nederig te zijn, zachtmoedig en geduldig, en elkaar liefdevol te verdragen, 3 vol ijver om de eenheid van de Geest te behouden door de band van de vrede: 4 één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop, waarvoor Gods roeping borg staat. 5 Eén Heer, één geloof, één doop. 6 Eén God en Vader van allen, die is boven allen, met allen en in allen.

Evangelie: Joh. 6, 1 - 15                    Wonderbare broodvermenigvuldiging

6 1 Enige tijd later stak Jezus het meer van Galilea over, ook het meer van Tiberias genoemd. 2 Een grote massa mensen volgde Hem omdat ze de tekenen gezien hadden die Hij aan de zieken verrichtte. 3 Jezus trok het gebergte in en ging daar zitten met zijn leerlingen. 4 Het was kort voor het Joodse paasfeest. 5 Toen Jezus zijn ogen opsloeg en zag dat er een massa mensen naar Hem toestroomde, zei Hij tegen Filippus: ‘Waar zullen we brood halen om al die mensen te eten te geven?’ 6 Dit zei Hij bij wijze van proef; Hij wist zelf wel wat Hij ging doen. 7 Filippus antwoordde: ‘Zelfs als we voor tweehonderd denariën brood kopen, is dat niet genoeg om ieder ook maar een klein stukje te geven.’ 8 Een van zijn leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, merkte op: 9 ‘Er is hier een jongen die vijf gerstebroden en twee gedroogde visjes bij zich heeft; maar wat hebben we daaraan voor zo’n aantal?’ 10 Hierop zei Jezus: ‘Zeg tegen de mensen dat ze moeten gaan zitten.’ Er was daar veel gras en ze gingen dus zitten; er waren ongeveer vijfduizend mannen. 11 Daarop nam Jezus de broden, en na het uitspreken van het dankgebed deelde Hij ze uit onder de aanwezigen, en zo ook de vissen, zoveel ze maar wilden. 12 Nadat ze volop hadden kunnen eten zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘Verzamel nu de overgebleven brokken, zodat er niets verloren gaat.’ 13 Ze verzamelden ze dus: twaalf korven vulden ze met brokken die van de vijf gerstebroden na de spijziging waren overgebleven. 14 Bij het zien van het teken dat Jezus verricht had, zeiden de mensen: ‘Dit is ongetwijfeld de profeet die in de wereld komen zou.’ 15 Omdat Jezus doorhad dat ze Hem met alle geweld gingen meenemen en tot koning uitroepen, trok Hij zich weer, geheel alleen, in het gebergte terug.

 

Terug