Zondag 22 juli 2018 : 16e Zondag door het B-jaar

Introitus: Ecce Deus

Graduale: Si ambulem

Alleluia: Eripe me

Offertorium: Iustitiae Domini

Communio: Acceptabis sacrificium

Er is gelegenheid tot biechten

De bijbellezingen van vandaag volgen hierna:

1e Lezing:   Jer. 23, 1 - 6            God, de echte herder

23 1 Wee de herders, door wie de schapen van mijn kudde omkomen en verloren lopen - godsspraak van de HEER. 2 Daarom, zo spreekt de HEER, de God van Isral, tegen de herders die mijn volk weiden: Door uw schuld zijn mijn schapen verdwaald en uiteengedreven; u hebt er niet op gelet. Maar Ik let wel op u, vanwege al uw misdaden - godsspraak van de HEER. 3 Ik breng de overgebleven schapen bijeen uit alle landen waarheen Ik ze heb verdreven. Ik breng ze terug naar hun weiden; ze worden weer vruchtbaar en talrijk. 4 Dan stel ik herders over hen aan die hen werkelijk weiden. Ze hoeven niet bang of angstig meer te zijn, geen van hen wordt nog vermist - godsspraak van de HEER.5 Geloof Mij, de tijd komt dat Ik een wettige telg van David laat opstaan - godsspraak van de HEER. Hij zal met bekwaamheid regeren en het land rechtvaardig en eerlijk besturen.  6 Dan wordt Juda bevrijd, en leeft Isral veilig. Dit is de naam die men het geeft: HEER, onze gerechtigheid.

2e Lezing:   Ef. 2, 13 - 18            Christus is onze vrede

13 Nu echter bent u die eertijds veraf was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door het bloed van Christus. 14 Want Hij is onze vrede, Hij die de twee werelden n gemaakt heeft, en de scheidsmuur heeft neergehaald, door in zijn vlees de vijandschap, 15 de wet met haar geboden en verordeningen, te vernietigen. Hij heeft vrede gesticht door in zijn persoon uit die twee n nieuwe mens te scheppen, 16 en beiden in n lichaam met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap heeft gedood. 17 En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u die veraf was en vrede aan hen die dichtbij waren. 18 Want door Hem hebben wij beiden in n Geest toegang tot de Vader.

Evangelie: Mc. 6, 30 - 34            Jezus, de herder van de schapen

30 De apostelen kwamen terug bij Jezus, en ze vertelden Hem alles wat ze hadden gedaan en hoe ze onderricht gegeven hadden. 31 Hij zei tegen hen: Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en wat uit te rusten. Want er kwamen en gingen zoveel mensen, dat ze niet eens de gelegenheid hadden om te eten. 32 Ze gingen in de boot weg naar een eenzame plaats om alleen te zijn. 33 Men zag hen weggaan en velen herkenden hen. Uit alle steden haastten ze zich te voet daarheen en kwamen er eerder aan dan zij. 34 Toen Hij van boord ging, zag Hij een grote menigte, en Hij had zeer met hen te doen, omdat ze als schapen zonder herder waren, en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.

TERUG

This Site Tracked by LadotStats.nl