Zondag 1 juli 2018: Dertiende Zondag door het B-jaar

Introitus: Omnes gentes

Graduale: Exaltabo te

Alleluia: Omnes gentes

Offertorium: Sicut in holocausto

Communio: Inclina * aurem

De bijbellezingen van vandaag volgen hierna:

1e Lezing:   Wijsheid 1,13-15.1,23-24        De mens is geschapen voor onsterfelijkheid

12 Jaag de dood niet na door op uw levensweg te dwalen en haal u het verderf niet op de hals door de werken van uw handen; 13 want God heeft de dood niet gemaakt en Hij vindt geen vreugde in de ondergang van hen die leven, 14 maar alles heeft Hij geschapen om te bestaan en de schepselen in de wereld zijn heilzaam; er is geen kruid bij dat verderf brengt en de onderwereld heerst niet over de aarde, 15 want de gerechtigheid is onsterfelijk.

21 Zo redeneren zij, maar zij vergissen zich, want hun slechtheid maakt hen blind. 22 Zij hebben geen besef van Gods geheimen; zij verwachten niet dat de vroomheid beloond wordt en zij geloven niet dat op een onberispelijk leven een bekroning volgt. 23 God heeft de mens immers geschapen voor een onvergankelijk leven en Hij heeft hem tot een beeld van zijn eigen eeuwigheid gemaakt, 24 maar door de afgunst van de duivel is de dood in de wereld gekomen en de aanhangers van de duivel zullen hem ondergaan.

2e Lezing:   2 Korintiërs 8,7.9.13-15          Volgt Hem na die voor ons arm is geworden

7 Welnu, u munt reeds in zo veel opzichten uit, in geloof, welsprekendheid, kennis, in ijver op allerlei gebied, in de liefde die wij in u hebben gewekt; laat dan ook dit liefdewerk uitmuntend slagen! 8 Ik zeg dit niet bij wijze van bevel, maar ik wil aan de ijver van anderen de echtheid van uw liefde toetsen. 9 Want u kent de liefde die onze Heer Jezus Christus u heeft betoond: omwille van u is Hij arm geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u rijk zou worden door zijn armoede. 10 Toch geef ik u in dezen een raad, die u van pas kan komen. Vorig jaar bent u al begonnen met het plan en de uitvoering ervan; 11 voltooi nu uw werk en laat het resultaat beantwoorden aan de bereidwilligheid bij de opzet, naar de middelen waarover u beschikt. 12 Als de bereidwilligheid er maar is, is alles welkom: er wordt niet verwacht dat iemand geeft wat hij niet heeft. 13 Het is niet de bedoeling dat u door anderen te ondersteunen zelf in moeilijkheden komt. Er moet een zeker evenwicht zijn. 14 Op het ogenblik vult uw overvloed hun gebrek aan, een andere keer zal hun overvloed uw gebrek verhelpen. Zo ontstaat het evenwicht 15 waarover geschreven staat: Hij die veel had verzameld, had niet te veel, en hij die weinig had verzameld, kwam toch niet te kort.

Evangelie:  Marcus 5,21-43                        Het dochtertje van Jaďrus

21 Toen Jezus weer met de boot naar de overkant gegaan was, verzamelde zich een grote menigte bij Hem. Dat was aan het meer. 22 Daar kwam Jaďrus aan, een van de synagogebestuurders. Toen hij Jezus zag, wierp hij zich aan zijn voeten 23 en smeekte Hem dringend: ‘Mijn dochtertje is doodziek. Kom mee en leg haar de handen op, zodat ze gered wordt en in leven blijft.’ 24 Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde Hem, en ze drongen tegen Hem op.

25 Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan vloeiingen leed. 26 Ze had veel te lijden gehad van allerlei dokters en alles uitgegeven wat ze had, en er geen baat bij gevonden; ze was er eerder op achteruitgegaan. 27 Omdat ze over Jezus gehoord had, kwam ze door de menigte naar Hem toe en raakte van achteren zijn kleren aan. 28 ‘Want’, dacht ze, ‘als ik zijn kleren maar aanraak, zal ik gered worden.’ 29 Meteen droogde de bron van haar bloed op, en ze voelde aan haar lichaam dat ze van haar kwaal was genezen. 30 Maar Jezus, die zelf meteen voelde dat er een kracht van Hem was uitgegaan, draaide zich in de menigte om en zei: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’ 31 Zijn leerlingen zeiden tegen Hem: ‘U ziet hoe de menigte tegen U opdringt, en U zegt: ‘ ‘Wie heeft Mij aangeraakt?” ‘ 32 Maar Hij keek rond om de vrouw te zien die dat gedaan had. 33 De vrouw werd bang en begon te beven, omdat ze wist wat er met haar gebeurd was. Ze kwam naar voren, wierp zich voor zijn voeten en vertelde Hem de hele waarheid. 34 Maar Hij zei haar: ‘Mijn dochter, uw vertrouwen is uw redding; ga in vrede, en blijf van uw kwaal verlost.’ 35 Hij was nog niet uitgesproken of daar kwamen mensen uit het huis van de synagogebestuurder om hem te zeggen: ‘Uw dochter is gestorven. Wat valt u de meester nog lastig?’ 36 Maar Jezus, die opving wat er gezegd werd, zei tegen de synagogebestuurder: ‘Wees niet bang, heb maar vertrouwen.’ 37 Hij liet niemand met zich meegaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus. 38 Ze kwamen bij het huis van de synagogebestuurder, en Hij zag de drukte van huilende en rouwende mensen. 39 Hij ging naar binnen en zei: ‘Waarom die drukte en die tranen? Het kind is niet gestorven, het slaapt.’ 40 Ze lachten Hem uit. Maar Hij stuurde ze allemaal naar buiten, nam de vader en moeder van het kind en zijn metgezellen mee, en ze gingen het vertrek binnen waar het kind lag. 41 Hij pakte het kind bij de hand en zei haar: ‘Talita koem.’ In vertaling betekent dat: Meisje, Ik zeg je, sta op. 42 Meteen stond het meisje op en liep rond. Ze was twaalf jaar. Ze raakten buiten zichzelf van opwinding. 43 Hij beval hun met nadruk dat niemand dit te weten zou komen, en Hij vroeg hun om haar eten te geven

TERUG